Het joodse monument dat niemand mag zien

door Arjeh Kalmann

In vrijwel iedere Nederlandse gemeente kom je een gedenkteken tegen voor de joodse ingezetenen die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd. Het heeft vaak lang geduurd voordat zo’n plaquette of beeld of schildering er kwam, maar overal wordt inmiddels op deze manier de herinnering aan de omgekomen joodse stad- of dorpsgenoten levend gehouden.

Niet overal. In Amersfoort bijvoorbeeld niet. In Amersfoort vind je nu helemaal nergens een monument voor de meer dan 400 vermoorde joodse Amersfoorters. Ja, er worden nu overal in de stad speciale stoeptegels gelegd voor de huizen waaruit joden en verzetsstrijders zijn weggevoerd, maar daarmee heeft Amersfoort nog steeds niet één gedenkteken voor de vermoorde joden.

Toch is dat gedenkteken er wel. In 1999 is er op initiatief van de Amersfoortse Raad van Kerken een boekrol vervaardigd op mooi perkament-papier met daarop – prachtig gekalligrafeerd - de naam, de geboortedatum, de dag van deportatie en de plek en datum van overlijden van 333 joodse Amersfoorters. Meest voorkomende geografische aanduidingen op de meters lange rol zijn: Amersfoort, Westerbork, Auschwitz en Sobibor.


De Raad van Kerken Amersfoort, en in het bijzonder wijlen secretaris Harry Weultjes en deken Frans Zwarts, was in actie gekomen na een interview van de in Amersfoort wonende rabbijn Benjomin Jacobs in het Nieuw Israëlitisch Weekblad waarin hij zijn verbazing uitsprak over het ontbreken van een joods monument in zijn woonplaats. “Die handschoen hebben wij opgepakt,” blikt Frans Zwarts terug. “Wij vonden dat er een zichtbaar teken in Amersfoort moest komen voor de omgekomen joden.”

Het idee van een op de Thora geïnspireerde namenrol werd samen met de joodse gemeente bedacht. De kerken brachten het benodigde geld bijeen; het plaatselijk bedrijfsleven tastte slechts minimaal in de buidel. Van de gemeente kreeg het comité geen steun. Toenmalig burgemeester Annie Brouwer wilde een boek met namen van de Amersfoortse joden die de oorlog niet overleefden, wel een plek gunnen in het gemeentearchief, destijds nog gevestigd in het Observantenklooster. ‘Op bepaalde dagen zou het uitgeleend kunnen worden om op plaatsen van herdenking centraal te worden gesteld’, zo schreef ze in een brief aan de Raad van Kerken. Ze was faliekant tegen een monumentale plek voor de Gedenkrol. ‘Een gedenkteken, een monument, is reeds aanwezig in de Stenen Man’.

Die brief van inmiddels bijna twintig jaar oud is nooit naar buiten gekomen. In feite keerde de gemeente Amersfoort zich tegen een monument dat alleen de vermoorde joden zou herdenken. Een boekje in het archief oké, maar géén monument, want – ander citaat – ‘bij het monument de Stenen Man bij Kamp Amersfoort worden alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht’.


Annie Brouwer was wel aanwezig bij de plechtige presentatie van de fraai vormgegeven gedenkrol op 13 april 1999 in de Aegtenkapel. Namens de Raad van Kerken Amersfoort en de voorbereidingscommissie boden deken Frans Zwarts en Harry Weultjes de Gedenkrol aan aan de gemeente Amersfoort in de persoon van burgemeester Annie Brouwer en aan de voorzitter van de Joodse Gemeente van Amersfoort, Hans Joosten.Tegelijkertijd werd er een boekje gepresenteerd dat journalist Jos Bouten op verzoek van de Raad van Kerken over de oorlog en de Amersfoortse joden geschreven had. Alle leerlingen van het voortgezet onderwijs in de stad kregen een exemplaar.

Het voelde tijdens die mooie, plechtige middag alsof Amersfoort zijn ereschuld tegenover haar omgekomen joodse ingezetenen had ingelost. Maar waar moest de rol tentoongesteld worden nu de gemeente weigerde er een plek voor aan te wijzen?

Museum Flehite bood de helpende hand. In een van de zalen kon in een staande vitrine van 130x50 cm de Gedenkrol getoond worden. Daarvoor kwam een sokkel te staan voor een bladerexemplaar van de rol. Geen duidelijk zichtbaar herdenkingsteken dus in de stad, maar het was dan ook een tijdelijke oplossing. Daaraan kwam een einde toen Flehite grootscheeps op de schop ging. Na de renovatie wilde het museum de gedenkrol niet terug.


Kamp Amersfoort bood uitkomst en was bereid om die vitrine met de Gedenkrol te exposeren. Ook tijdelijk, dat wel. Niet lang geleden lieten de mensen van Kamp Amersfoort weten dat zo’n lokaal, Amersfoort herdenkingsteken eigenlijk niet in een Nationaal Monument thuishoort. Of deken Zwarts het materiaal maar weer wilde ophalen.

En zo heeft de vorig jaar overleden Annie Brouwer postuum toch haar zin gekregen. Amersfoort heeft geen joods gedenkteken meer. De door Martine Maria Maschkow gekalligrafeerde bladen die sinds 1999 slechts door een enkeling konden worden waargenomen en die nooit een plek in de publieke ruimte hebben gekregen, zijn inmiddels opgeborgen in een kast van Archief Eemland. Ik heb wel een suggestie voor het etiket op die kast: Joods Monument, niet bestemd voor de openbaarheid.

Frans Zwarts blijft, met pijn en teleurgesteld door de gang van zaken, hopen dat de rol met de namen toch nog ergens in de stad zichtbaar zal zijn. Zijn voorzichtige suggestie, opgekomen tijdens het gesprek dat we samen voerden: een geplastificeerde afdruk van de rol op de muur van de joodse begraafplaats aan de Bloemendalsestraat. En de suggestie van de verslaggever: zo’n namenlijst op de loopbrug boven de perrons van het station. Richting het oosten, waarheen de treinen indertijd reden.

 

opmerkingen