Ghetto’s in Amersfoort ?!

door addy schuurman 30-5-2018

De spreiding van 'niet-westerse allochtonen'

De Amersfoortse bevolking groeit door nieuwkomers, dat is altijd zo geweest. In het verleden trokken honderden arbeidsmigranten vanuit de noordelijke provincies van ons land naar de stad om bij de metaalwerkgevers of de spoorwegwerkplaatsen te werken. Regelmatig ontving de stad vluchtelingen – ook van niet westerse afkomst – zoals mensen uit Oost-Europa of Latijns-Amerika, op de vlucht voor dictatuur en vervolging. Het duurde soms één of twee generaties, maar dan was zo’n groep in de Amersfoortse samenleving opgenomen. Nooit was er sprake van ghetto’s; een jodenwijk heeft Amersfoort – voor zover mij bekend – nooit gehad, er was hooguit een kleine joodse enclave van enkele huisjes bij de synagoge. De enige uitzondering op deze assimilatiegedachte is misschien de groep Chinezen die bekend staat om zijn uitzonderlijk sterke groepsbanden en daardoor soms nauwelijks integreert. Maar hun gebrekkige integratie wordt – mede door hun geringe aantal – zelden als een probleem gezien.

Niet-westerse allochtonen in de stad

Hoe anders is dat met de ‘niet-westerse allochtonen’ die zich sinds de jaren zeventig als arbeidsmigranten en vluchtelingen in de stad vestigden. Het was een heel diverse groep: de ‘buitenlandse werknemers’ uit de landen rond de Middellandse Zee werden vanaf de jaren tachtig/negentig dikwijls op één hoop gegooid met vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika. Hun afkomst, hun gewoontes, hun sociaal-economische positie; de kloof tussen de nieuwkomers en de stadsbewoners waartussen zij terechtkwamen kon nauwelijks groter zijn.

Hoe is het hun vergaan? Zijn zij geïntegreerd in de Amersfoortse samenleving? Die vraag is natuurlijk niet in een beknopt artikel als dit te beantwoorden. Hier  wil ik alleen enkele trends tonen op basis van demografisch cijfermateriaal; ontwikkelingen die hoopgevend zijn, maar ook ontwikkelingen die zorgen baren. Verklaringen en oordelen? Daar zal ik voorzichtig mee zijn. Het migratiedebat wordt al genoeg op hoge toon gevoerd. Laten we vooral eens naar de feiten kijken…

De onderstaande tabel toont het aandeel ‘niet-westerse allochtonen’ in de Amersfoortse wijken. Die cijfers zijn verzameld voor drie steekjaren: 1984, 2004 en 2017. Daardoor is een ontwikkeling op langere termijn zichtbaar. Wat is uit deze warboel van cijfers af te leiden?

Percentage niet-westerse allochtonen in de Amersfoortse wijken


1984

2004

2017

stadskern

7,3

12

9,4

zonnehof

6,8

8,9

10,4

soesterkwartier

6,3

11,3

10,4

isselt


3,6

9,1

bosgebied

0,4

15,8

18,6

de koppel

10,2

33,5

31

de kruiskamp

8,7

44,2

38,3

schothorst-noord

0,5

11,1

12,1

schothorst-zuid

1,2

16,8

15,8

liendert

5,7

38,6

41

rustenburg

0,6

13,2

17,5

stoutenburg-noord


0,9

0,4

randenbroek

5,3

25,4

21,6

schuilenburg

4

34,9

37,9

dorrestein/vermeerkwartier

5,1

15

10,6

leusderkwartier

5

10,9

8,4

de berg-zuid

1,7

10,7

7,6

de berg-noord

1,7

7,1

3

hoogland

0,5

5,7

4

buitengebied-west


2,7

0,6

zielhorst


10,4

11,6

kattenbroek


12,2

11,2

nieuwland


12,3

12,4

hooglanderveen

0,2

2,5

9,3

vathorst-de velden


18,7

15,7

vathorst-centrum



14,7

vathorst-de bron



14

vathorst-de laak



16

Amersfoort

4,2

15,9

15,1

Midden jaren tachtig: spreiding

Anno 1984 woonden de niet-westerse allochtonen verspreid over een groot aantal wijken: koploper met het hoogste aandeel allochtonen was De Koppel, maar deze werd op de voet gevolgd door De Kruiskamp en het Centrum, met weer op kleine afstand De Zonnehof, het Soesterkwartier, Liendert, Randenbroek en het Vermeerkwartier. Mogelijk is deze uitkomst het gevolg van het vestigingsbeleid uit de jaren zeventig. Veel niet-westerse arbeidsmigranten (Turken en Marokkanen) waren naar Amersfoort gekomen via een gezamenlijke werving door bedrijven en overheid. Veel bedrijven beschikten over eigen woningen (‘bedrijfswoningen’) of hadden goede contacten met sociale verhuurders (toentertijd SCW). De nieuwkomers werden vermoedelijk over de verschillende complexen sociale huurwoningen verspreid, die in een groot aantal wijken te vinden waren.

Uiteraard waren er ook toen al wijken met een gering aantal allochtonen (het Bergkwartier); dat hing samen met de samenstelling van de woningvoorraad: het aantal sociale huurwoningen in het Bergkwartier is nu eenmaal gering.

Conclusie: voor zover er sprake was van een spreidingsbeleid was dit redelijk succesvol. Uiteraard waren er hier en daar buurtjes met wat meer of minder migranten. Nieuwkomers zoeken elkaar dikwijls op. Men kent elkaars cultuur en er ontstaat dan al snel een informele economie, gebaseerd op burenhulp of op eigen marginale buurtwinkeltjes, waar producten uit de landen van herkomst worden verkocht. Deze informele economie zou een tijdelijke overgangsfase vormen naar de uiteindelijke integratie. Althans zo dacht men.

Hoop op integratie

Wat kon men verwachten na 1984? Wanneer groepen goed integreren, verspreiden zij zich over de stad. Sommige mensen klimmen op in de samenleving, verlaten hun sociale huurwoning en kopen een huis in een betere buurt. De tijdelijke banden, gesmeed rond de winkeltjes en de burenhulp, verdwijnen dan geleidelijk. Mensen hebben die banden immers niet meer nodig: ze zoeken hulp bij hun nieuwe buurtgenoten (van autochtone afkomst) of bij de instanties; ze doen hun boodschappen bij de Nederlandse buurtsuper, etc. Kortom, ze gaan op in de Nederlanse samenleving, ze assimileren. Dat is de theorie.

Feitelijke ontwikkelingen

‘Resultaten in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’ Dat credo geldt ook voor de ontwikkeling van de binnenstedelijke migratie. Want na 1984 kwam in Amersfoort (en in veel andere steden) een ontwikkeling op gang, die de integratiegedachte gedeeltelijk deed verstommen.  Niet-westerse allochtonen dringen nog steeds moeizaam door tot de betere buurten van de stad. De theorie gaat uit van een zekere sociale mobiliteit en die blijft uit voor grote groepen niet-westerse allochten. Dat leidt tot een specifiek geografisch mobiliteitsgedrag en uiteindelijk tot een onderverdeling van de stad qua ethniciteit in drie groepen wijken.

Ten eerste zijn er wijken, waar het aantal allochtonen sterk achterblijft bij het stedelijk gemiddelde. Het gaat hierbij vooral om de traditionele, vooroorlogse wijken van Amersfoort. In dat opzicht is vooral de positie van het Soesterkwartier heel opvallend (vergelijk bijvoorbeeld Lombok in Utrecht). Hoewel daar aanvankelijk menig buitenlands gezin werd gehuisvest, is die ontwikkeling daar na de jaren tachtig goeddeels gestopt. Het percentage allochtonen in de wijk is zelfs tussen 2004 en 2017 afgenomen. Dat vraagt om een verklaring….

In het grootste deel van de stad – zeg maar: in vrijwel alle naoorlogse en groeistadwijken – volgt het aandeel niet-westerse allochtonen grofweg het stedelijk gemiddelde (tegenwoordig 15 %). Een aanwijzing dat er wel degelijk sprake is van integratie of assimilatie? In ieder geval is er klaarblijkelijk een grote groep mensen van allochtene afkomst die zich over de stad verspreidt.

Ten slotte zijn er drie/vier wijken, waar de allochtonen een zeer grote minderheid vormen: in Kruiskamp-De Koppel, Liendert en Schuilenburg bestaat de bevolking tegenwoordig uit meer dan 30 % bewoners van allochtone afkomst. De speciale positie van deze drie wijken komt vooral tot uitdrukking in de kloof die er is met de rest van de stad, voor wat betreft het aandeel ‘niet-westerse allochtonen’. Er bestaan in Amersfoort – behalve Randenbroek – geen ‘overgangswijken’ met een allochtone bevolking van tussen de 20 en 30 %.

Wie door de wijken fietst of wandelt ziet volop signalen dat de informele ‘allochtoneneconomie’ uitgroeit tot een volwaardige economie die zelfs de oude, traditionele wijkeconomie overneemt. De oude ‘autochtone’ winkeltjes maken plaats voor de Turkse supermarkt of de Islamitische slagerij. Men kan zich de vraag stellen in hoeverre de functie van de formele buurthuizen niet wordt overgenomen door het buurtwerk dat vanuit de Islamitische gebedshuizen wordt georganiseerd. Kortom: er ontstaat geleidelijk een eigen wijkcultuur, die sterk afwijkt van de rest van Amersfoort.

Probleemwijken?

Is een eigen specifieke wijkcultuur een probleem? Nee, tenzij… De speciale positie van deze wijken qua ethniciteit gaat samen met achterstandsproblematiek. De genoemde wijken springen er ook uit in andere gemeentelijke statistieken: het aantal bijstandsgerechtigden, het aantal mensen op het sociaal minimum, het aantal laag opgeleiden, de fysieke kwaliteiten van de wijk, de onveiligheidsgevoelens in de wijk, etc. Er is sprake van een ‘cumulatie van achterstanden’ en dat kan wel tot problemen leiden. Jongeren die in de wijk opgroeien hebben een duidelijk ander netwerk en andere voorbeelden dan jongeren die in de rest van Amersfoort opgroeien. Dat zet hen al bij voorbaat op achterstand.

Stedelijke vernieuwing

In de afgelopen jaren is er veel geld en mankracht geïnvesteerd in de wijken Kruiskamp en Liendert, terwijl op dit moment de wijk Schuilenburg wordt aangepakt (in het kader van het Hogekwartier). Verouderde flats met sociale huurwoningen zijn gesloopt en vervangen door nieuwe rijtjeswoningen. Met dit project ‘Amersfoort Vernieuwt’ wil de gemeente meer differentiatie in de wijken brengen, om de genoemde cumulatie van achterstandsproblematiek te verlichten. De cijfers tonen vooralsnog een gemengde uitkomst. In De Kruiskamp-De Koppel hebben de inspanningen geleid tot een substantiële vermindering van het aandeel allochtonen. Maar in Liendert is juist het aantal niet-westerse allochtonen toegenomen. De reden hiervoor? Mogelijk trokken vroeger succesvolle allochtonen uit de wijk weg om elders in de stad een koopwoning te betrekken; nu blijven ze in de wijk wonen, want daar zijn nu ook meer goede woningen te krijgen. Als dit inderdaad het geval is, zal de wijk in de toekomst een gevarieerdere sociaal-economische status verwerven en is een belangrijk oogmerk van de stedelijke vernieuwing gerealiseerd. Maar qua ethniciteit zullen dan de verschillen met de rest van de stad alleen maar groter worden.

bijsluiter

Addy Schuurman is historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van Amersfoort in de negentiende en twintigste eeuw.

bronnen

Gemeente Amersfoort/Sociografisch bureau, Statistisch Jaarboek 1984; Gemeente Amersfoort/Onderzoek en Statistiek, Amersfoort in cijfers 2004; www.amersfoortin cijfers.nl, wijkbeheeratlas.

opmerkingen