Hoe Amersfoort een kunstschat van 22 miljoen verspeelde

door Eric van der Velden

Twintig schilderijen en één beeld. Dat is alles wat Amersfoort rest van de vele miljoenen die de stad heeft geïnvesteerd in het op een fiasco uitgedraaide Armando Museum. Een Armando Museum dat in 1998 opende in een voor 1,8 miljoen verbouwde Elleboogkerk. Dat na de brand van 2007 een herstart kreeg in het Utrechtse Museum Oud Amelisweerd (MOA) met een Amersfoortse bruidsschat van 1 miljoen. En dat nu vanwege de geringe publieke belangstelling, de hoge exploitatiekosten in een kwetsbaar rijksmonument en het uitblijven van sponsorgelden failliet is met een schuld van 160.000 euro aan de provincie Utrecht. 

De liefhebber van Armando’s sombere, op het kwaad en de menselijke tragiek reflecterende kunst, hoeft niet te treuren. Museum Voorlinden in Wassenaar pakt naar aanleiding van zijn recente overlijden dit najaar uit met een eerbetoon. Daar komen zijn grote schilderijen en imposante beelden beter tot hun recht dan ooit in Amersfoort of Utrecht had gekund. En dan is er ook nog het Kröller-Müller. Dit topmuseum bezit een door zijn ex-vrouw Tony de Meijere samengestelde selectie van zijn beste werken uit alle door hem gemaakte thematische series, de zogeheten T-collectie. Armando’s artistieke nalatenschap is ruimschoots in Nederland veilig gesteld. Te koop blijft zijn kunst ook nog wel even. De Armando Stichting beheert zijn privécollectie van meer dan 1000 werken. Een deel daarvan komt gedoseerd op de markt.

Drie keer valse start

Het nakijken en de peperdure kater is voor de stad Amersfoort. Wat het extra wrang maakt, is dat als het Armando Museum niet naar Utrecht was verjaagd, de stad nu verrijkt zou zijn met het recht van de eeuwigdurende bruikleen op de gehele collectie van de Armando Stichting. Een kunstschat die in de laatste jaarrekening van het MOA is opgevoerd met een (galeriewaarde) van meer dan 22 miljoen. Niet Museum Voorlinden, maar Amersfoort had dan kunnen uitpakken met het eerbetoon aan een van de belangrijkste na-oorlogse kunstenaars. 

Om te begrijpen hoe Amersfoort het vooruitzicht op deze collectie verspeelde, moeten we terug naar eerdere missers. Te beginnen met de keus voor de locatie van de Elleboogkerk. Die kwam niet voort, zoals in boek Twee keer valse start van Miro Lucassen valt te lezen, uit een visie op een plek waar Armando’s werk het meest recht werd gedaan, maar uit een onroerend goed-probleem. Er moest een waardige bestemming gevonden voor een leegstaande monumentale kerk. Zou er gekozen zijn voor een aangepast  Rietveldpaviljoen of  - nog beter - een aparte ruimte in Kamp Amersfoort, de plek waar zijn schuldig landschap-thema zo indringend mee is verbonden, dan had het bestaansrecht van een eigen museum zich in een passende luwte kunnen bewijzen. Nu stond er van meet af aan een grote druk op. Een prestigeproject in een peperduur verbouwde kerk met een kunstenaar die alleen begrepen werd door een groepje van fijnproevers. Dat moest wel fout gaan. Na de brand van 2007 ontbrak het politiek draagvlak voor heropening van het Armando Museum in de Elleboogkerk. Daarbij lieten de bezuinigingen zich gelden, en had het vorige college zich met kunsthal KAdE de komst van nog een expositieruimte op de hals gehaald. De titel van het boek Lucassen slaat op KAdE. Tel je het Armando Museum mee dan kun je spreken van drie keer valse start.

De tweede fout is gemaakt door Amersfoort in C, de museumkoepel waar ook Flehite, het Mondriaanhuis en KAdE onder valt. In plaats van de tering naar de nering te zetten, kozen bestuursvoorzitter Kees Spaan en Armando Museum-directeur Yvonne Ploum na de brand voor een vlucht voorwaarts. Niet kleiner, maar juist groter. Weg uit Amersfoort, op naar het grootstedelijke Utrecht, waar het landhuis Oud Amelisweerd om nog een bestemming verlegen zat. De aanwezige collectie kwetsbaar Chinees behangsel en het fraaie landhuis zelf met zijn tuinen boden mogelijk te weinig om de museumfunctie in de lucht te houden. Ploum had destijds een relatie met de toenmalige directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum, waar Oud Amelisweerd destijds een dependance van was. De overleglijntjes waren kort.

Verwonderlijk

Het is verwonderlijk dat de stad Amersfoort, de stad Utrecht en de provincie Utrecht zich hebben laten overtuigen door een haalbaarheidsonderzoek in opdracht van Amersfoort in C. Om een idee te geven van het type argumenten een paar korte citaten. Even doorbijten, graag:

,,Evenals de Utrechtse museumfamilie in de stad maakt het Armando Museum in het landschap de ontstaansgeschiedenis en het verloop van de Utrechtse samenleving in een Europese en universele context op unieke wijze zichtbaar.’’ En, iets minder hoogdravend: ,,De komst van het Armando Museum naar Utrecht is een concrete stap op weg naar meer synergie in de provinciale erfgoedinfrastructuur. Het is de eerste plaats een uniek voorbeeld van een samenwerking tussen gemeentelijke en provinciale overheden met het oog op het bereiken van een bijzondere en duurzame omgeving voor de Armando Collectie in samenhang met de langgewenste publieke publieke samenstelling van Oud Amelisweerd.’’ Of: ,,Zoals Oud Amelisweerd huis, interieur en tuin verbindt tot een Gesamtkunstwerk verbindt het Armando Museum alle disciplines van Armando met elkaar.’’ Wel concreet, en mogelijk het argument dat het meeste hout sneed, was het preluderen op Utrecht Culturele Hoofdstad van Europa 2018. Toen was Utrecht nog volop in de race voor deze titel. Inmiddels weten we dat Leeuwarden interessanter is bevonden. 

Vanuit de stad Utrecht barstte direct de kritiek los. Niet alleen vanwege de inhoudelijk onderbouwing, vooral ook om de belofte dat het museum na eenmalige subsidies niet opnieuw om steun zou aankloppen. Paul van Vlijmen, destijds directeur van Spoorwegmuseum, deed iets ongebruikelijks in het chique museumland. In het AD Utrecht haalde hij openlijk het bedrijfsplan van collega MOA onderuit: de inschatting van 30.000 bezoekers per jaar lag veel te hoog, en al helemaal met een toegangsprijs van 12,50 euro. Van Vlijmen voorspelde in 2012 al dat het museum om extra subsidie zou gaan aankloppen, wat inderdaad is gebeurd. Interessant is het om de blogs van George Knight terug te lezen. Achter dit pseudoniem gaat duidelijk een kenner van de Utrechtse museumwereld schuil. Hij verwoordde wat menigeen in de omgeving van het Centraal Museum dacht en vond, maar niet hardop durfde te zeggen. Ook hekelde hij de rol van de Utrechtse cultuurwethouder Frits Lintmeijer (GL). Die gaf Centraal Museum-directeur Jacobs  de bestuursopdracht om de bestemming van Oud Amelisweerd te verkennen, terwijl hij wist dat Jacobs een relatie met Ploum had, en er dus belangenverstrengeling op de loer lag. In Amersfoort spitste de kritiek zich toe op de hoogte van de bruidsschat. Eén miljoen euro voor het in stand houden van een uiterst riskant museumavontuur in een andere stad viel niet goed uit te leggen door toenmalig cultuurwethouder Mirjam Barendregt (D66). En toch liet de raad het gebeuren ondanks felle oppositie van Hiske Land (GroenLinks) en Simone Kennedy (CU). 

Genadeklap

Na vijf jaar van niet gehaalde doelstellingen, was het uiteindelijk Armando zelf die vorig jaar de genadeklap uitdeelde. Zijn stichting zegde per 1 maart 2018 de bruikleenovereenkomst met het MOA op. Dat Armando na al het gebedel om extra subsidie het vertrouwen had verloren, was niet echt verrassend. Wat wel als een schok kwam, was dat zijn stichting überhaupt de bruikleenovereenkomst kon opzeggen. In de Amersfoortse periode kon dat namelijk niet. Citaat uit de Amersfoortse Raadsinformatiebrief 3640863 uit 2010: ,,Daarnaast heeft Armando een overeenkomst getekend waarin hij zijn privécollectie bij leven ter beschikking stelt aan de Armando Stichting, welke de collectie op haar beurt in bruikleen geeft aan Amersfoort in C. Na het overlijden van Armando zal deze privécollectie in eigendom komen van de Armando Stichting en in eeuwigdurende bruikleen worden gegeven aan Amersfoort in C, mits er door alle partijen wordt voldaan aan de voorwaarden.’’

Die  harde voorwaarden waren: het bieden van een ‘museaal verantwoorde expositieruimte’ en vestiging in Amersfoort. De locatie had niet per se de Elleboogkerk hoeven te zijn. Was er na de brand alsnog gekozen voor het Rietveldpaviljoen of de nieuwe ruimte van KAdE dan had Amersfoort in C ook het recht om het eeuwigdurende bruikleen van een kunstschat van circa 20 miljoen verkregen. Een kunstschat waar overigens aanvankelijk ook de door Tony de Meijere gemaakte selectie onderdeel van uitmaakte. Die is er later uitgehaald naar wens van Armando en met instemming van zijn bestuur. Hij en Tony de Meijere gingen uit elkaar, zij kreeg dit door haar met zo veel toewijding samgestelde deel van zijn privécollectie mee bij wijze van boedelscheiding. Hoe begrijpelijk uit menselijk oogpunt ook, het Armando Museum werd er wel ernstig door benadeeld. In 2007 bracht De Meijere dit deel van de collectie onder bij het Kröller-Müller. Er is nog een toezegging die met de verhuizing naar Utrecht uit de overeenkomst is verdwenen. Als bonus voor de eenentwintig kunstwerken die Amersfoort voor 750.000 gulden bij Armando kocht, de zogeheten kerncollectie, zou Armando nog twintig nieuwe werken aan de stad schenken ter waarde van 500.000 gulden. 

Contractbreuk

Amersfoort pleegde contractbreuk met het besluit om het museum naar Utrecht te verplaatsen. Er moesten nieuwe overeenkomsten komen, en dat heeft de stad moet bezuren. ,,Het was voor mijn tijd,’’ vertelt Coen Bruning, voorzitter van de Armando Stichting, ,,Maar ik kan me zo voorstellen dat er door Armando en onze stichting optimaal gebruik is gemaakt van de onderhandelingsruimte die er ontstond. Toen Armando wilde dat de bruikleenovereenkomst met het MOA werd opgezegd, hadden wij maar met één voorwaarde te maken: een opzegtermijn van één jaar. Daar hebben we ons keurig aan gehouden.’’

Armando had het tegenovergestelde kunnen doen: het MOA redden. Dr statuten van zijn stichting bieden ruimte voor de verkoop van werken uit de collectie. Met de verkoop van de eerder beloofde en nooit geleverde twintig nieuwe schilderijen had het MOA weer jaren vooruit gekund. Ook had zijn Armando Stichting zelf het collectiebeheer voor zijn rekening kunnen nemen. De depotkosten drukte jaarlijks voor meer dan 50.000 euro op de begroting van het MOA, terwijl het hoofdzakelijk om de privécollectie van Armando ging.

,,Daar is uiteraard over gediscussieerd,’’ reageert Bruning, ,,Uit de bestuurswisselingen die we hebben gehad, mag je opmaken dat er bestuursleden waren die het liever anders hadden gezien. Armando had er echt genoeg van, vond het uitzichtloos. Als bestuur ben je er voor hem. Als hij niet verder wil, dan houdt het op.’’ Kees Spaan, die als voorzitter van Amersfoort in C het voortouw nam voor de verhuizing naar Oud Amelisweerd, dook heel even weer op als voorzitter van de Armando Stichting. Als het hem vanuit deze positie niet lukt om zijn kindje te redden, trekt hij zijn conclusie en stapt op.

Op het persoonlijke vlak raakt het fiasco van het MOA Yvonne Ploum het meest. Als directeur werkte zij zich ruim vijf jaar uit de naad om de betekenis van het kunstenaarschap van Armando aan zo breed mogelijk publiek over te brengen. ,,Zij moet geknakt zijn doordat Armando de relatie verbrak,’’ stelde Ari Doeser, de bestuursvoorzitter van het MOA in AD Utrecht. Per 1 juni is zij weg. Eerder was Ploum al een lange tijd ziek.

Voor Amersfoort resten de 21 Armando’s nog. Of resten? Acht schilderijen van deze collectie zijn vernietigd door de brand van 2007 en met het geld van de verzekering vervangen door andere werken. Omdat deze titels nergens anders terug te vinden zijn, hierbij de door de gemeente Amersfoort verstrekte lijst aan De Stadsbron:


Vernietigd:

De vijand tegemoet 1978, 160 x 115cm

Melancholie 1986 (diptiek), 200x200 cm (2x)

Waldstück 26-7-84, 225 x 165 cm

Waldrand 23-4-88, 198 x 198 cm

Kopf 14-7-89, 198 x 250 cm

Die Leiter  9-8-90, 350 x 250 cm

Das Tier 27-2-91, 198 x 250 cm

Das Rad 21-1-94, 200 x 200 cm

Das Ziel 24-6-94, 180 x 160 cm

Der Zaun 22-2-97, 200 x 250 cm

Schwarze Landschaft 21-3-97, 200 x 250 cm

Frauengestalt 5-11-04, 165 x 225 cm

Aangekocht met verzekeringsgeld:

Preussisch 5/82 maat 170x170

Melancholie Diptiek 16/17-10-86 maat 165x225 (2x)

Waldrand 30-11-87 maat 198x198

Das Ziel 6-4-94 maat 180x160

Das Rad 13-5-94 maat 200x200

Waldstück 28-1-84 maat 225x165

Schwarze Landschaft 28-3-97 maat 200x250

Der Zaun 7-3-97 maat 200x250

Het gedrag van de Vijand 1978 maat 200x115

Das Tier 23-4-99 maat 200x200

Kopf 29-7-89 maat 198x250

Die Leiter, 31-7-90, maat 250 x 198

Gerestaureerd met verzekeringsgeld:

4x8 zwarte bouten op zwart 6/61, 122 x 244 cm


Wat te doen met deze collectie? Verkopen? Onderdeel maken van KAdE? Alsnog een expositieruimte inrichten bij Kamp Amersfoort? Vragen waar de politiek nu vanwege het zomerreces geen antwoord op kan geven. Ook zal de nieuwe cultuurwethouder Fatma Koşer Kaya een besluit moeten nemen of het resterende deel van de bruidsschat van 1 miljoen aan het MOA nog wordt uitbetaald. De betalingsverplichting in termijnen loopt door tot 2022. Stoppen wegens wanprestatie, betekent dat de provincie Utrecht nog dieper het schip ingaat.

Armando was de kunstenaar van het zwart. Zwart is ook deze bladzijde van het Amersfoortse cultuurbeleid. Gitzwart. 

bijsluiter

Eric van der Velden is oud-chef kunstredactie van het Utrechts Nieuwsblad/Amersfoortse Courant. Nu verbonden aan De Stadsbron.

bronnen

Jaarrekeningen MOA en Stichting Armando. Twee keer valse start van Miro Lucassen. Gemeentelijke stukken. Interview met o.a. voorzitter Stichting Armando. Publicaties George Knight en AD.

opmerkingen