Onderzoeksvraag: hoe gaat Amersfoort om met het cultuurbudget?

door Harmen Zijp

De Atlas voor Nederlandse Gemeenten vergelijkt elk jaar de 50 grootste gemeenten van Nederland aan de hand van een reeks kengetallen. Wie Amersfoort opzoekt in deze statistische almanak komt er achter dat de stad ogenschijnlijk prima haar partijtje mee blaast in de pool van 100.000+ gemeenten. Toch voelt de stad waar het gaat om kunst en cultuur anders dan bijvoorbeeld Haarlem en Den Bosch, twee steden met een vergelijkbare bevolkingsomvang, die net als Amersfoort geen universiteit herbergen.

Ik ging op zoek naar de bron van de getallen en kwam er achter dat de enige cijfers die goed vergelijkbaar zijn komen van het CBS, dat gemeenten elk jaar om hun begroting vraagt. Er is daarvoor een standaard onderverdeling in zogeheten taakvelden. Voor dit onderwerp relevant lijken de kopjes 'cultuur', 'erfgoed', 'musea' en 'media'. Wanneer we deze budgetten optellen en per stad uitzetten tegen het aantal inwoners dan geeft Amersfoort precies uit wat je zou verwachten. Voor 2017 was dat €2.137.0000 op 154.337 inwoners, of €138,46 per inwoner per jaar. Het gemiddelde voor alle 100.000+ steden is €137,85 per inwoner per jaar. Hieronder zetten we de cultuurbestedingen per stad uit tegen het aantal inwoners. Er valt een redelijk rechte lijn te trekken door de datapunten, waarbij de bestedingen evenredig toenemen met het inwonersaantal. Wat opvalt is dat Amersfoort heel mooi op deze lijn ligt.


Op deze manier is echter niet te zien hóe het geld besteed wordt. Het kan zijn dat de schouwburg, de bibliotheek en de musea bij elkaar opgeteld prima ondersteund worden, maar dat is de culturele basisinfrastructuur voor cultuurconsumptie die je sowieso van een stad mag verwachten. Veel van het culturele leven in een stad wordt echter bepaald door het werk van individuele makers of kleinschalige eenmalige evenementen. Deze kosten bij elkaar opgeteld veel minder geld dan de grote instituten, maar geven wel kleur aan de stad, brengen vernieuwing en experiment, en ze zorgen ervoor dat er op allerhande plekken steeds wat te beleven is.

Daarom ging ik op zoek naar de budgetten die de verschillende steden hebben voor incidentele activiteiten, m.a.w. geld dat toegankelijk is voor spelers in het culturele veld die niet kunnen bogen op een grote organisatie of een lange termijn beleid.

Het wordt al snel duidelijk dat we appels met peren vergelijken. Iedere gemeente heeft het anders georganiseerd. Is er in de ene gemeente één grote pot voor zowel structurele als incidentele festivals en amateurkunst, in de andere stad zijn er gescheiden potjes voor broedplaatsbeleid, een cultuurmakelaar en een talentenfonds. Ook heeft niet elke gemeente zijn data zo mooi ontsloten als het CBS. En al is een begroting met enig speurwerk vaak nog wel te vinden, daarmee wordt nog steeds niet duidelijk hoe dit in de praktijk uitwerkt. Het kan best zijn dat in de ene stad bepaalde instituten in hun opdracht een taak hebben om ook samen te werken met lokale kunstenaars, en dat in de andere stad het geld in een incidenteel potje vooral door grote festivals wordt benut.

Toch probeer ik hier een eerste inschatting te maken. Ik gebruik alleen steden die in hun begroting niet alles op één hoop gooien en waarvan de begrotingsposten voldoende duidelijk omschrijven dat een subsidiepot bedoeld is voor het ondersteunen van kleinschalige, eenmalige kunst en cultuur. Vervolgens deel ik die bedragen door het grote totaal aan cultuurbestedingen. Wanneer we op deze manier de uitkomsten voor de verschillende steden vergelijken dan valt een aantal zaken direct op:

  1. De uitgaven aan incidentele cultuur zijn zeer bescheiden en variëren van stad tot stad tussen 0,16 en 2,21% van de totale cultuuruitgaven.
  2. Op het grote totaal van cultuuruitgaven is met een bijzonder kleine verschuiving van middelen grote winst te behalen. Wanneer alle incidentele culturele activiteiten in een stad maar ca 1% uitmaken van het totaal, dan kan met een verschuiving van 1% op het totaal 100% meer aan incidentele activiteiten worden ondersteund!
  3. Amersfoort zit in de achterhoede, met 0,24% ofwel €0,33 per inwoner per jaar. Dat betekent dat de hierboven beschreven hefboom in Amersfoort nog dramatischer kan worden ingezet.


En dan nu de vraag wat de waarde is van deze beweringen. Is dit nu het zoeken van bevestiging van het vooroordeel van de schrijver dezes, die in Amersfoort werkzaam is als kunstenaar en organisator van kleinschalige cultuur en regelmatig het gevoel heeft dat Amersfoortse gemeentegrond schraal is? Dat is niet uitgesloten. Maar op deze manier naar cultuurbegroting- en beleid te kijken prikkelt en is de moeite waarde om verder te onderzoeken.

Om dat goed te doen en bovenstaande vermoedens te kunnen toetsen is echter een hoop werk te verzetten. Daarvoor moet in detail per gemeente worden uitgezocht hoe de situatie nu echt in elkaar steekt. Wie heeft zin om daarbij mee te helpen? Stuur me een mail via harmen@destadsbron.nl.

bijsluiter

Harmen Zijp werkt als autonoom kunstenaar en organisator van kleine cultuurevenementen in Amersfoort. Samen met Ron Jagers volgt hij al jaren de relatie tussen kunst en politiek in Amersfoort, via de website maarwaaromdan.nl.

bronnen

opmerkingen