Waarom nog steeds geen coalitieakkoord?

door Eric van der Velden

Het komende Amersfoortse college maakt een sprong van vijf naar zeven wethouders. Amersfoort2014 heeft daar moeite mee. Met een motie wil de partij van Ben Stoelinga de beoogde coalitie van D66, VVD, GroenLinks en ChristenUnie bewegen om de uitbreiding tot één te beperken. 

Voor het aangevoerde argument dat Amersfoort de komende jaren veel extra’s op zijn bordje krijgt, van duurzaamheidsambities tot decentralisaties, is begrip. Veel steden breiden om die reden het college uit. Maar het doet inderdaad overdreven aan dat Amersfoort zichzelf een even groot bestuurlijk gewicht toedicht als de stad Utrecht, en zich maar iets minder bescheiden opstelt dan Amsterdam of Den Haag (acht wethouders). Een wethouder in een stad met de omvang van Amersfoort verdient een kleine 9000 euro bruto per maand. Met alle bijkomende afdrachten valt daarmee een buurthuis overeind te houden of een organisatie als Per Expressie uit de brand te helpen met een geweldig nieuw onderkomen.

 Dat er voor deze personeelsexpansie is gekozen, staat uiteraard in verband met de verkiezingsuitslag. D66, VVD en GroenLinks zitten met evenveel zetels in de raad en moeten daarom ook evenveel wethouders krijgen. Met voor elke partij twee, kan de kleinere ChristenUnie met één wethouderszetel recht worden gedaan. Democratie heeft ook letterlijk een prijs.

 Opmerkelijker is dat de namen van de wethouders al bekend zijn gemaakt voordat een coalitieakkoord is gesloten. Dat is ongebruikelijk. Eerst heb je het over de inhoud en de portefeuilleverdeling. Daarna ga je op zoek naar de personen die het best passen bij de ambities en de functieprofielen. Zo werkt het in Den Haag bij de regeringsvorming en zo werkt het nog steeds bij de formatie van de meeste gemeentebesturen. Althans voor de buitenwacht. Amersfoort komt er rond voor uit, dat er geroeid wordt met de riemen die men heeft. Wethouderskandidaten met bewezen bestuurlijke kwaliteiten liggen nu eenmaal niet voor het oprapen. Het afbreukrisico is hoog, het toekomstperspectief reikt  niet verder dan vier jaar en de werkdruk is zwaar. Partijen zijn al lang blij als een zij een ervaren bestuurder bereid vinden. Met als gevolg dat een coalitieakkoord en een wethoudersverdeling om de mensen heen wordt gebouwd inplaats van andersom. Het meest ideale vertrekpunt is dat duidelijk niet. Je gaat uit van beschikbaarheid en niet van wenselijkheid.   

  Spilfiguur in het het college was Hans Buijtelaar van de VVD en dat zal hij vermoedelijk opnieuw worden. Met nieuwkomer Kees Kraanen aan zijn zijde, verkeert hij in de positie dat hij kan eisen dat alle onder zijn verantwoordelijkheid lopende dossiers - van Westelijke Rondweg tot het fietsparkeren bij het station - zonder grote koerswijzigingen worden afgerond. Ook van Menno Tigelaar (CU) valt niet verwachten, dat hij medewerking verleent aan het bijstellen van zijn eigen beleid uit de vorige periode. Zijn handtekening staat onder de bekritiseerde verbouwing en renovatie van het stadhuis. Dat hij terugkeert, kan weinig anders betekenen dan dat hij gaat afmaken waaraan hij begonnen is. Het verbaast overigens dat Tigelaar en niet zijn fractieleider Simone Kennedy voor de CU in het college zitting neemt. Kennedy behoort tot de best ingevoerde en meest deskundige politici van Amersfoort. Na het stranden van haar Tweede Kamer-ambities zou het wethouderschap een meer dan logische stap in haar loopbaan zijn geweest. Een parttime-verdeling  tussen Tigelaar en Kennedy had ook nog gekund. Een opsplitsing van de portefeuille, met voor de CU als prettige bijeenkomst dat er tijdens het collegeberaad extra discussiekracht kon worden ingebracht.

 Ook D66 kiest voor een prolongatie. Willem-Jan Stegeman (D66) sprong februari 2017 in een rijdende trein, was afkomstig uit een andere stad, en krijgt nu de kans om de in de inwerkperiode opgedane ervaring om te zetten in daadwerkelijk beleid. Niets ten nadele van Stegeman, toch blijft het zorgelijk dat Amersfoorts grootste partij niet in staat blijkt tot voorbrengen van bestuurlijk talent uit eigen gelederen. Ooit dankte de partij er zijn opkomst aan: bestuurders die midden in de Amersfoortse samenleving stonden, die vanuit betrokkenheid met de stad verantwoordelijkheid pakten. Voor de andere wethouderskandidaat wijkt D66 Amersfoort uit naar  Den Haag. Voormalig D66-kamerlid Fatma Koser Kaya is vanaf maart 2017 ‘in between jobs’, en kan als het om gemeentepolitiek gaat alleen bogen op anderhalf jaar wethouderschap in Wassenaar. Het valt te hopen dat een inbreng van buiten verfrissend werkt, en dat Fatma Koser Kaya snel kan aarden in de bestuurlijke cultuur van Amersfoort.

  Bij GroenLinks ligt waarschijnlijk de verklaring waarom er nog steeds geen coalitieakkoord ligt. D66, VVD en CU gaan een tweede ronde in, zij zijn oneerbiedig gezegd oude wijn in nieuwe zakken. Als het om vernieuwen gaat, komt vrijwel alles samen in het partijprogramma van de milieupartij, met de politiek ervaren Astrid Janssen en Cees van Eijk als wethouderskandidaten. Of het nu gaat om de uitbreiding van de stad, het van gas af raken, bomenkap, circulaire aanpak van afval, of het autoluw maken van de binnenstad. Er valt vrijwel geen enkele grote uitdaging voor de komende jaren te bedenken die niet linksom of rechtsom met duurzaamheid te maken heeft. GroenLinks heeft zich eerder door de VVD in het pak laten naaien met de grootschalige aanleg van de Westelijke Rondweg. Tot op de dag van vandaag straalt dit op GroenLinks af. Er is Janssen en Van Eijk dus veel aan gelegen dat de groene ambities worden uitonderhandeld tot achter de komma.


bijsluiter

Eric van der Velden is gepensioneerd (dagblad)journalist. Hij was onder meer chef kunst van het Utrechts Nieuwsblad en algemeen verslaggever van AD Amersfoort.

opmerkingen

  • nog geen opmerkingen