Sport 1880-1900

door addy schuurman

Sport in de jaren 1880-1900

Zelfbewuste jongeren zetten zich af tegen hun opvoeders

In de jaren 1880 raakte de gegoede Amersfoortse jeugd ineens in de ban van een nieuwe rage: de sport. Zodra de lessen waren afgelopen spoedden leerlingen van de HBS en het gymnasium zich naar een veldje bij Oud-Leusden. De oudere leerlingen speelden daar cricket of voetbal, terwijl de leerlingen uit de lagere klassen langs de lijn de ‘sportsmen’ aanmoedigden en zo nodig een afgeweken bal ophaalden en terug in het spel brachten.

Afbeelding 1. Een oefenpartijtje anno 1897, van Vitesse in Arnhem. Men speelde niet in sportkleding, maar gewoon in de dagelijkse kloffie; soms dus in een keurig kostuum, inclusief bolhoed. Het veld was niet voorzien van belijning, in het doel ontbrak een net.Foto: Gelders Archief, foto nr. 1583-14043

De intrede van de sport in Amersfoort

In tal van steden in het westen van het land deed zich dit verschijnsel voor, het eerst in Den Haag, Amsterdam en Haarlem, maar Amersfoort volgde die steden op de voet. Al in 1883 werd de eerste sportvereniging opgericht, ‘Achilles’, een jaar later gevolgd door een tweede club, ‘Kracht en Vlugheid’. Zoals gebruikelijk in die tijd was het een komen en gaan van verenigingen; het waren eigenlijk meer vriendenclubjes, die na een paar jaar – meestal nadat de sporters hun eindexamen hadden gedaan – uit elkaar vielen. AFC Quick (1890), die als enige club de generatiewisselingen wist te overleven, was de spreekwoordelijke uitzondering.
De eerste jaren werd vooral cricket gespeeld, maar toen in de tweede helft van de jaren tachtig voetbal in het land doordrong, werd ook die sport in het programma opgenomen.  Competities waren er tot 1890 nog niet, er werd alleen vriendschappelijk gespeeld tegen teams uit de eigen stad, of uit andere steden in de omgeving, zoals Utrecht, Wageningen en Hilversum.

Toch was een sportwedstrijd meer dan een paar uurtjes onschuldig vermaak. Allerlei rituelen en gedragingen maakten het een gecompliceerde sociale uitwisseling tussen gelijkgezinden, waarbij goed gastheerschap heel belangrijk was. Dat bleek bijvoorbeeld uit een krantenverslag uit 1884. “Gisteren 16 Julij (op een doordeweekse woensdag, AS) ’s morgens halfnegen vereenigden de Amersf. Cricketclubs ‘Achilles’ en ‘Kracht en Vlugheid’ zich op de Varkensmarkt, marcheerden, met het Muziekcorps ‘de Amersf. Harmonie’ aan ’t hoofd, naar ’t Station ter ontvangst der Utr. Cricketclub ‘Hercules’, die bij aankomst met muziek en gejuich werd begroet.” Vandaar ging het in een stoet naar het veld bij Oud-Leusden. Na afloop van de wedstrijd kreeg Hercules een medaille uitgereikt omdat zij de wedstrijd hadden gewonnen en reikten ‘enkele jonge dames’ van de plaatselijke tennisclub aan Achilles een vaandel uit. Na deze korte plechtigheid volgde een optocht naar de stad. Daar aangekomen wachtte de sportlieden nog een diner, waarna de leden van Achilles de sporters van Hercules ’s avonds om negen uur naar het station brachten.

Vriendenclubjes waren het dus, die blaakten van zelfvertrouwen en met hun optochten door de stad, begeleid door muziek en vaandels, voor de nodige reuring zorgden. Dat zelfbewuste spat nog steeds van de teamfoto’s af; een lezer in de Amersfoortsche Courant klaagde: “Zijn onze jongens nog jongens (…); zijn zij niet een soort ‘heertjes’ die met presidentjes en secretarisjes vergaderingetjes houden, waarvan in de sportbladen meermalen verslagen zijn te lezen, waarin de heer X. dit of dat vertelt, met een gewicht, alsof het landsbelang er van afhangt.”


Afbeelding 2. Het team van AFC Quick in het seizoen 1902-1903. Als moderne popsterren kijken de spelers quasi-ongeïnteresseerd, maar zeer zelfbewust in de camera. Foto: archief Quick

Generatiekloof

Die verenigingen vol zelfbewuste jongeren bestonden vrijwel allemaal uit leerlingen van de HBS en het stedelijk gymnasium, jongens in de leeftijd van 14 tot hooguit 18 jaar. De sport was een echt jeugdverschijnsel, zoals de popmuziek in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw en net als die popmuziek kwam de sport voort uit een generatieconflict.

De jongeren zetten zich onder meer af tegen hun duffe gymnastiekdocenten. De gymlessen op school leken in veel opzichten op militaire oefeningen, met veel exerceren en veel rek- en strekoefeningen. En dat alles in een klein, bedompt gymlokaal. De leraren van hun kant veroordeelden vooral de wil om te winnen, die zich dankzij de sport meester maakte van hun leerlingen: “niet de lauweren van het kampioenschap moeten de mate der inspanning bepalen, maar alleen de begeerte, om een gezond lichaam te maken tot een waardigen tempel van een gezonden geest.”

Bovenal zetten de jongeren zich af tegen hun ouders, die van lichaamsbewegingen helemaal niets moesten hebben. Achter een bal hollen was niet fatsoenlijk en deftig en dat waren eigenschappen die de ouders in overvloed hadden. “Wat houdt de meeste menschen terug? Een microbe die bij ons te lande voorgoed zijn tenten schijnt te hebben opgeslagen, nl. de deftigheid. Ik ken geen deftiger menschen dan Nederlanders. Ze zijn deftiger, intrinsiek deftiger, dan Oostenrijkers en Engelschen”, zo klaagde een van de sporters. En de ouders? Die waren vooral bang dat de schoolprestaties onder de sportrage leden. Dokter Rolandus Hagedoorn uit de Langestraat was een uitzondering. Hij zou rond 1890 hoog opgegeven hebben over het feit dat zijn zoon Jan Derk – die voetbalde bij ‘Sparta’ en wielrende bij ‘De Postduif’ – weliswaar voor een examen was gezakt, maar dan toch mooi Nederlands kampioen was geworden (“er doen zoveel mensen examen, maar er is maar één kampioen”). De meeste ouders dachten daar toch heel anders over.

bijsluiter

Addy Schuurman is historicus. Hij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het ontstaan van de sport in Amersfoort

bronnen

Addy Schuurman, Glorie wordt duur gekocht. Sport in Amersfoort in de negentiende eeuw (Amersfoort 2017) ISBN 978-90-826269-0-2. Prijs: 25 euro

opmerkingen

  • nog geen opmerkingen