Amersfoort zit klem in zijn warmtenet

door Marc van der Woude
31 juli 2026om 9:28u

Amersfoort wil van de biomassa af, maar zit er steviger aan vast dan ooit. Hoe kwam de stad zo klem te zitten – en wie heeft de sleutel? Een nieuwe serie van vier artikelen over de Amersfoortse warmtetransitie, drie jaar na ons onderzoek naar het warmtemonopolie. Deel 1: de balans na drie roerige jaren.

Het bericht verscheen op 9 april 2026 op de website van Warmtebedrijf Amersfoort, tussen de mededelingen over graafwerkzaamheden en aansluitacties. Valentijn Kleijnen “stapt uit het bedrijf”. Meer dan een paar zinnen had het bedrijf er niet voor over. Geen interview, geen terugblik, geen dankwoord van de gemeente.

Toch is dit geen gewoon personeelsbericht. Kleijnen was als topman van moederconcern Energie voor Elkaar jarenlang de man achter het Amersfoortse warmtenet – degene die de koers bepaalde en de stad het verhaal van ‘slimme groene warmte’ verkocht. Toen begin 2024 de overeenkomst werd getekend voor warmte uit de rioolwaterzuivering, was hij het die de duurzaamheidsclaims kwam toelichten.

Wie voortaan namens het bedrijf optreedt: Roel Meijerink, sinds oktober 2025 topman van Energie voor Elkaar, het Edese moederconcern waar het Amersfoortse warmtebedrijf al jaren onder valt. Aan de eigendomsverhoudingen verandert niets. Eigenaar blijft Asper Dorothea, het Luxemburgse investeringsfonds dat het concern overnam en naar eigen zeggen “stevig toegewijd” blijft aan de koers.

Waarom de architect vertrok, vertelt niemand. Maar de drie jaar sinds ons vorige onderzoek geven genoeg aanknopingspunten. Het waren drie jaar waarin zo’n beetje alles gebeurde waar toen voor werd gewaarschuwd.

Draaien zonder vergunning

Laten we beginnen met de rechtszaak. In mei 2025 oordeelde de rechtbank dat de twee grote biomassacentrales, aan de Computerweg en de Magnesiumweg, een natuurvergunning nodig hebben – een vergunning die ze niet hebben. De provincie Utrecht had jarenlang volgehouden dat zo’n vergunning overbodig was: de stikstof uit de schoorstenen zou wegvallen tegen de besparing van huizen die dankzij het warmtenet van het gas afgaan. De rechter maakte daar korte metten mee. De centrales en die woningen zijn niet één project, dus die uitstoot mag niet tegen elkaar worden weggestreept. En voor de bouw van een biomassacentrale is hoe dan ook een natuurvergunning vereist.

Het wrange: het warmtebedrijf vróeg die vergunning in 2021 gewoon aan. De provincie wees de aanvraag af, omdat ze hem onnodig vond. Daarna gingen de centrales zonder van start. Nu moet diezelfde provincie beoordelen of ze gaat handhaven tegen een situatie die ze zelf liet ontstaan; ze is tegen de uitspraak in beroep gegaan. In het uiterste geval hangt sluiting boven de markt, al maakte warmteproducent Eemwarmte zich weinig zorgen: “Zelfs bij een faillissement gaat de warmtelevering door.”

En het Amersfoortse college? Dat liet de raad weten “kennis te nemen” van de uitspraak en de provincie af te wachten. De vergunningverlening van destijds was immers een zaak van de provincie, niet van het toenmalige stadsbestuur. Zo voelt niemand zich verantwoordelijk voor centrales die volgens de rechter niet hadden mogen draaien.

1741705445813.jpg

Biomassacentrale. Bron: Warmtebedrijf Amersfoort

Hout uit Schotland

Vier maanden later, september 2025, de volgende deuk. Omroep Gelderland onthulde dat Energie voor Elkaar in 2022 scheepsladingen stamhout uit het noorden van Schotland had gehaald, zonder deugdelijk duurzaamheidscertificaat, bestemd voor zijn biomassacentrales. Dat wringt met de belofte waarmee inwoners al jaren worden gerustgesteld: alleen ‘lokaal en regionaal snoei- en resthout’.

Warmtebedrijf Amersfoort verklaarde dat het Schotse hout niet in Amersfoort is verbrand: de installaties van toen draaiden op “andere typen bio-grondstoffen”. Het college hoorde het nieuws uit de media, sprak vijf dagen later met de directie en kreeg het verhaal “mondeling bevestigd”. Daar moest de raad het mee doen, want op de herkomst van het hout houdt de gemeente naar eigen zeggen geen toezicht.

Veel vertrouwen klonk er niet meer. “Dat neemt niet weg dat het vertrouwen in het Warmtebedrijf Amersfoort is geschaad,” zei wethouder Jeroen Bulthuis. Niet zo gek: een jaar eerder had het warmtebedrijf al moeten toegeven dat er wél niet-gecertificeerd hout in de Amersfoortse ketels was beland – 1 procent van de aanvoer in 2023, 5,6 procent in 2024. Die cijfers kwamen niet van een controleur; het bedrijf onderzocht zichzelf, en de gemeente bracht die uitkomsten naar buiten.

Aanleiding was de ontdekking – voortkomend uit mijn eigen ketenonderzoek voor onderzoeksplatform Edese Vos – over een opslagterrein in het Gelderse Hall dat bij de certificeerder onbekend was. Wie controleert dan waar het hout vandaan komt? Vooral het bedrijf zelf, zo zal blijken. Wat zo’n duurzaamheidscertificaat werkelijk garandeert, en hoe hard de geruststelling over het Schotse hout is, zoeken we uit in deel twee van deze serie.

Iedereen tegen, niemand eraf

In de gemeenteraad is ondertussen geen partij meer te vinden die biomassa verdedigt. Eind 2024 nam de raad een voorstel aan om het gebruik “zo snel mogelijk te minimaliseren”, plus een breed gesteunde motie van de Partij voor de Dieren: zonder duurzame bron geen duurzaam warmtenet.

Maar wie doorvraagt, stuit op het geld. De twee centrales kregen van het Rijk subsidie toegekend die volgens gegevens van uitvoeringsorganisatie RvO kan oplopen tot ruim 68 miljoen euro. En daarmee is de cirkel rond: de raad wil van de biomassa af, maar het Rijk betaalt om ermee door te gaan. Het college schreef het zelf aan de raad: zolang die subsidie loopt, is biomassa “zeer waarschijnlijk” de goedkoopste warmtebron. Datzelfde college gaf eerder toe dat de duurzaamheidsafspraken met het warmtebedrijf “niet juridisch afdwingbaar” zijn. En toen de raad vroeg of Amersfoort bij het Rijk wilde aandringen op het versneld stopzetten van de biomassasubsidies, was het antwoord: nee.

Het nieuwe coalitieakkoord maakt de spagaat officieel. Sprak het vorige akkoord nog van “ontmoedigen” van biomassa, het akkoord 2026-2030 noemt het een “noodzakelijke tijdelijke brandstof” – af te bouwen tot piekmomenten en noodgevallen, ooit, als er alternatieven zijn. CDA-raadslid Alex Engbers, die het dossier al jaren volgt, vatte het dilemma in een gesprek met mij zo samen: geen partij wil biomassa nog verdedigen, maar zolang er geen alternatief ligt, kan geen partij ervan af.

biomassaopslag-ede-1.jpg

De biomassaopslag aan de Heremeijersteeg in Ede. Foto: Marc van der Woude.

De ontsnappingsroute

Amersfoort heeft wel een plan om uit de klem te komen. Eind 2024 besloot de raad, met 29 stemmen voor en 7 tegen, tot deelname aan een nieuw publiek warmtebedrijf – van overheden dus, niet van investeerders. Partners zijn staatsdeelneming EBN, netwerkbedrijf Netverder en de provincie Utrecht; de gemeente neemt 10 procent, de partners de rest. De oprichting wordt eind dit jaar verwacht. Hoe de risico’s van die miljoenendeelname zijn verdeeld, weet buiten de raadzaal niemand: de onderliggende haalbaarheidsstudie is geheim.

Ook Den Haag stuurt bij. De Tweede Kamer bepaalde bij de nieuwe warmtewet dat houtige biomassa alleen nog mag worden ingezet als noodvoorziening en bij piekvraag. En het coalitieakkoord houdt de wettelijke bevoegdheid achter de hand waarmee de gemeente straks zelf kan bepalen waar en wanneer wijken van het gas gaan – onder één harde voorwaarde: er moet voor inwoners altijd een alternatief zijn, met vooraf duidelijke kosten.

Dit najaar komt alles samen. Eind 2026 moet het Omgevingsprogramma Warmte af zijn, het document dat per gebied vastlegt hoe Amersfoort van het gas gaat. Tegelijk valt het definitieve besluit over het publieke warmtebedrijf, en loopt de vergunningszaak door.

Amersfoort heeft daarbij één voordeel dat het moet koesteren: tijd. Nog maar zo’n vijf procent van de stad zit op het warmtenet. In Ede, waar hetzelfde concern 40 procent van de warmte levert, is die keuzeruimte verdampt – daar verwierp de raad een biomassastop omdat het simpelweg niet meer kon, en oordeelde de rechter deze zomer dat het warmtebedrijf zijn wettelijke informatieplicht schond. Wat er gebeurt als een stad te laat de regie pakt, is daar dagelijks te bezichtigen.

De architect is vertrokken. De vraag die hij achterlaat is aan Amersfoort zelf: wie bouwt er verder – en voor wie?

WAT VOORAF GING

December 2023 – De Stadsbron publiceert een drieluik over Warmtebedrijf Amersfoort: een warmtemonopolie in buitenlandse handen, weinig transparantie, zwakke gemeentelijke regie.
Augustus 2024 – Het warmtebedrijf geeft na onderzoek naar zichzelf toe dat in 2023 en 2024 niet-gecertificeerd hout in de Amersfoortse installaties belandde.
December 2024 – Raad besluit tot deelname aan een publiek warmtebedrijf en wil biomassa “zo snel mogelijk minimaliseren”.
Mei 2025 – Rechter: de biomassacentrales hebben ten onrechte geen natuurvergunning. De provincie gaat in beroep.
September 2025 – Onthulling over niet-gecertificeerd Schots hout bij moederconcern Energie voor Elkaar; eigenaar Asper Dorothea grijpt in bij de directie.
April 2026 – Oprichter Valentijn Kleijnen vertrekt bij Warmtebedrijf Amersfoort.
Eind 2026 – Besluitvorming over het Omgevingsprogramma Warmte en de oprichting van het publieke warmtebedrijf.

bijsluiter

Dit is het eerste deel in een reeks van vier artikelen van onderzoeksjournalist Marc van der Woude over de Amersfoortse warmtetransitie, een vervolg op het drieluik uit 2023. Hij volgt de ontwikkelingen al ruim vier jaar, voor zowel onderzoeksplatform de Edese Vos als De Stadsbron. Het onderzoek is mede gefinancierd door het Mediafonds Amersfoort en het Mediafonds Provincie Utrecht, maar onafhankelijk uitgevoerd in samenwerking met De Stadsbron.

    nog geen reacties

(maak u bekend met uw volledige naam)

opmerkingen

Steun de Stadsbron!

U steunt ons met een gift via IDeal al met een bedrag vanaf 2 euro per artikel.

Draag bij!