8 comments

Tien jaar na de knip

by Nienke Zoetbrood
April 1, 2021at 11:16AM

Op 6 april buigt de gemeenteraad zich over de vraag wat met de Amersfoortse wijkcentra moet gebeuren. Tien jaar geleden besloot gemeenteraad álle elf buurthuizen te sluiten. Er zou een ‘knip’ komen tussen stenen en activiteiten – om zo 2 miljoen euro te besparen. Wat heeft het opgeleverd?

Deel één: De stenen moeten weg

1. Sluiten
Vanuit haar raam kan Kitty Verheij net het dak van voormalig wijkcentrum de Trefhorst in Schothorst zien. Soms bellen buurtbewoners haar dat er nog een raam openstaat. Maar ze heeft al jaren de sleutel niet meer. Begin jaren negentig kwam ze in Schothorst wonen. Ze kende niemand in de buurt, bracht haar kinderen naar de peuterspeelzaal in het wijkcentrum en raakte aan de praat.

Na dat ene praatje was ze er twintig jaar bijna dagelijks te vinden. Eerst als vrijwilliger: koffie zetten, mensen welkom heten, helpen bij het naaiclubje voor een gulden. Van gastvrouw, één van de laatste Melkertbanen, klom ze op tot beheerder en later zakelijk leider van alle elf wijkcentra die SWA, Stichting Welzijn Amersfoort, voor de gemeente uitbaatte.

De klap was groot, in april 2011. Alle elf wijkcentra die Amersfoort rijk was, moesten hun deuren sluiten.

2. Extra bezuinigen
De economische crisis had toegeslagen, Amersfoort moest in vier jaar tijd twintig miljoen euro bezuinigen. Twee jaar eerder had de gemeente al eens tien miljoen bezuinigd, waarvan een half miljoen op wijkwelzijn. Buurthuis het Katshuis in Kattenbroek was gesloten, in het Soesterkwartier moesten de Tandem en de Sleutel samengaan.

De nieuwe bezuiniging kwam niet uit de lucht vallen: het bedrag van twintig miljoen was al vastgelegd in het coalitieakkoord uit 2010. Maar waar het geld precies vandaan moest komen, dat was nog niet ingevuld.

In april 2011 wordt duidelijk dat de grootste bezuinigingen vallen bij CDA-wethouder Welzijn Gert Boeve. Hij is begin dertig en heeft ambitieuze plannen. ‘Ik heb gezegd: ik ben bereid om extra bezuinigingen te dragen. Als in ruil daarvoor de bezuinigingen op het groenonderhoud ongedaan gemaakt zouden worden.’

‘Welzijn hangt voor een groot deel van de Amersfoorters van meer af dan alleen de portefeuille welzijn: hebben mensen werk, is de stad veilig, schoon en opgeruimd?’, zegt Boeve nu. In zijn portefeuille wordt gezocht om 6,8 miljoen te bezuinigen: ruim een kwart van de totale bezuinigingen.

3. Een radicaal idee
Al eerder, tijdens een bijeenkomst in een zaaltje onder het gemeentehuis, had Boeve intern zijn ambitieuze plannen toegelicht. ‘Hij vertelde dat jaarlijks twee miljoen euro naar beheerders van wijkcentra gaat, terwijl er genoeg andere ruimtes zijn waar welzijnswerk kan plaatsvinden’, herinnert Simone Kennedy zich, destijds fractievoorzitter van de ChristenUnie. ‘Hij had een radicaal idee: twee miljoen euro ophalen door activiteiten te verplaatsen. Zodat de wijkcentra dicht konden.’

Het was toen dat Boeve zijn befaamde leus zei: we maken een ‘knip’ tussen de stenen en activiteiten. Door te bezuinigen op stenen, de fysieke gebouwen waar de wijkcentra in zitten, zouden de activiteiten kunnen blijven doorgaan en hoefde niet op welzijnswerkers bezuinigd te worden. In de wijken was immers genoeg vastgoed waar plek was voor activiteiten zoals bridgen en badmintonnen: in kerken, sportkantines, moskeeën of schoolgebouwen.

Concreet betekende het dat de gemeente de subsidie zou stopzetten die Stichting Welzijn Amersfoort (SWA) ontving voor het beheer van de wijkcentra.
‘De vraag of het beheer anders kon, was een goede discussie’, zegt Gert van Dijk, destijds directeur van SWA. ‘Maar we konden er niet inhoudelijk over praten. Het ging erom: de stenen moeten weg.’

Hij denkt even na en voegt dan toe: ‘Als je nu terugkijkt is dat verworden tot de vraag: hoe kunnen we de stenen houden en de beheerders eruit gooien?’

4. Meer in mensen, minder in stenen
Al in 2008 signaleerde de gemeente dat de elf wijkcentra niet optimaal benut werden. Ze zouden “heroverwogen” worden, is te lezen in het beleidskader wmo 2008-2011. Wel zag de gemeente dat er veel behoefte was aan een centraal punt in de wijk: een fysieke plek voor ontmoeting en ondersteuning.

Een jaar later, toen de eerste bezuinigingsronde van tien miljoen zich aandiende, was de toenmalige gemeenteraad akkoord gegaan met de welzijnsvisie van wethouder Boeve. Woorden waar Boeve zich nog vaak op zou beroepen. En dan vooral het feit dat de gemeenteraad ermee ingestemd had.

De gemeente heeft teveel nadruk gelegd op het exploiteren van wijkcentra door SWA, stond in zijn tekst: het beheren van een buurthuis moest niet langer de taak van een welzijnsorganisatie zijn.

“We willen dat het welzijnswerk meer inzet op het ondersteunen van deze mensen en minder op het beheren en exploiteren van de accommodaties. Kort gezegd: meer in mensen, minder in stenen.”

Het betekent een ommekeer ten opzichte van een paar jaar eerder. Zo was in 2002-2006 nog het uitgangspunt dat juist het beschikbaar stellen en beheren van wijkcentra een belangrijke taak van het welzijnswerk was.

Kort nadat de gemeenteraad akkoord ging met de leus ‘meer in mensen, minder in stenen’, waren de verkiezingen van maart 2010. Een nieuwe gemeenteraad diende zich aan. Zij kregen de bezuinigingsronde van twintig miljoen voor hun kiezen. In 2011 lagen de uitgewerkte bezuinigingsplannen voor hun neus, die, in het geval van de bezuinigingen op zorg, welzijn en wijken, voortbouwden op de welzijnsvisie die de voorgaande raad had aangenomen.

In de uitgangspunten van de bezuinigingen klinken de toverwoorden uit die tijd: het benutten van de eigen kracht van inwoners, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid.

groene stee 2.JPG

Een komen en gaan van bewoners bij wijkcentrum De Groene Stee in Liendert, 2007. Boven de deur is het logo van SWA geschroefd.

5. Haast
De wijkcentra moesten hun deuren sluiten, en snel. Per 1 januari 2013 moest de operatie afgerond zijn. Dan zou SWA verdergaan als ‘accommodatieloze welzijnsorganisatie’. Kitty Verheij vond het ‘hartverscheurend’ dat er na decennia inzet van medewerkers en vrijwilligers een einde zou komen aan de wijkcentra.

‘De sluiting moet koste wat kost worden voorkomen, dat is de breed gedragen mening van de Amersfoortse gemeenteraad’, schreef het AD/Amersfoortse Courant. Het is een ‘doodsteek voor de samenleving’, concludeerde dezelfde krant. Er werden actiecomités opgericht, strijdliederen gezongen en protestacties voorbereid.

Al waren ook geluiden te horen dat de kritiek op wijkcentra niet volledig uit het niets kwam. Dick van de Velde, één van de raadsleden die in 2010 nieuw aantrad, was binnen coalitiepartij GroenLinks fel tegen het sluiten van de wijkcentra. ‘Aan de andere kant snap ik dat in een aantal gevallen die panden duur waren en het gebruik moeizaam verliep. Sommigen stonden veel leeg, al verschilden de oorzaken per wijk.’

Wethouder Boeves plannen om alle buurthuizen te sluiten worden door moties en amendementen vanuit de gemeenteraad afgezwakt. Zo sluiten de wijkcentra pas hun deuren als alle activiteiten elders onderdak gevonden hebben, van naaiclubje tot klaverjasvereniging. En: als er in de buurt initiatieven ontstaan om de wijkcentra open te houden, moet daar ruimte voor zijn. Zolang de bezuinigingen maar gehaald worden.

6. Niet alle wijkcentra
Volgens Boeve waren de reacties die hij oogstte deel van zijn plan. Wat hij namelijk niet naar buiten bracht: om de bezuinigingen te halen, was het niet noodzakelijk om álle wijkcentra te sluiten. ‘Om de bezuinigingen te halen, moest ik de helft van de wijkcentra sluiten’, zegt Boeve nu. ‘Ik dacht: als ik de helft sluit, stel ik de ene helft van de stad teleur, en de andere helft leunt achterover. Dan boor ik geen kracht en energie aan, alleen maar boosheid.’

‘Dus ik zei, we gaan het anders doen. We brengen de boodschap naar de stad: we gaan ze allemaal sluiten. Mijn idee was toen al dat op bepaalde plekken kracht zou ontstaan om die wijkcentra dan maar zelf te runnen.’

7. Weg met de stenen
In rap tempo wil de gemeente van haar stenen af. Buurtcentra het Klokhuis in Randenbroek-Schuilenburg, ’t Middelpunt in Zielhorst en de Boerderij in Nieuwland zijn als eerste aan de beurt. Bewoners krijgen ruim een maand de tijd om te melden dat ze het buurthuis willen overnemen. Als niemand zich meldt, wordt het pand aangeboden op de vastgoedmarkt.

In 2013 volgen de Driehoek, de Trefhorst en de Neng, en eind 2014 moeten ook de Nieuwe Sleutel en de Groene Stee gesloten óf overgenomen zijn. Voor de Drietand, officieel geen wijkcentrum maar een stedelijk ontmoetingscentrum, wordt geen oproep gedaan voor een maatschappelijke overname: de gemeente hoopt het pand te kunnen verkopen aan een commerciële partij die er ook plaats wil geven aan maatschappelijke activiteiten.

Hoe ziet het eruit, tien jaar na het besluit van de gemeente om afstand te doen van haar stenen? Zelf is Boeve begin 2013 van het toneel verdwenen: na de val van het college moest hij stoppen als wethouder. Wat heeft zijn ‘knip’ tussen stenen en activiteiten opgeleverd?

Deel twee: 10 jaar na de knip

1. Plat
Wie vandaag de dag op zoek gaat naar de Drietand aan het Neptunusplein in Kruiskamp, komt uit bij de helverlichte schappen van de Duitse grootgrutter Aldi. Eind 2012 sloot de Drietand haar deuren, om vijf jaar tijdelijk verhuurd te worden aan leegstandsbeheer. In 2017 ging het pand definitief tegen de vlakte.

‘De mensen in de Drietand waren senioren, maar niet zorgbehoevend’, zegt Hennie Rook, destijds sociaal-cultureel werker in de Drietand. ‘De activiteiten waren een middel, elkaar ontmoeten is waar het echt om ging.’

De gemeente hoopte in 2011 dat het pand gekocht zou worden door iemand die het pand een maatschappelijke functie zou geven. Maar, zegt Rook: ‘Er was niemand die dat kon of wilde.’ Ondanks protest, ook van Boeves eigen CDA-fractie, moest de Drietand sluiten.

‘Iets wat je jarenlang opgebouwd hebt, wordt weggeschreven’, zegt Rook. ‘Mensen zeiden: de activiteiten worden elders ondergebracht, er verandert niets. Maar je haalt mensen die elkaar ontmoet hebben uit elkaar en zet ze op nieuwe plekken neer. Dan haal je de basis weg.’

De verenigingen die bleven bestaan, vonden inderdaad elders onderdak, zegt Ad de Graaf. Hij was vanuit SWA verantwoordelijk voor het verhuizen van activiteiten naar nieuwe plekken. Toch noemt hij de sluiting ‘pijnlijk’. Het was de enige keer dat hij het niet over zijn hart verkreeg de gebruikers van het centrum te vertellen dat ze moesten vertrekken: hij vroeg wethouder Boeve om zelf voor de ouderen te gaan staan en zijn beleid te verdedigen.

‘Het was een bruisende tent. Er stond een kast met alle bekers van de klaverjasvereniging, van de biljartvereniging. Dat vond ik eerlijk gezegd een van de moeilijkste dingen: het was voor veel ouderen een wekelijkse ontmoetingsplek. Het vervulde een belangrijke ontmoetingsfunctie’, zegt De Graaf.

‘Naderhand zag ik: wauw, hier hebben we fouten gemaakt’, zegt Simone Kennedy, fractievoorzitter van de ChristenUnie. ‘Een gebouw dat zo optimaal benut en gebruikt werd, hadden we echt nooit moeten sluiten. Zeker als je weet dat de Aldi ervoor in de plaats gekomen is. Wat is daarvan de toegevoegde waarde?’

2. Gemis
Ook het voormalige pand van wijkcentrum de Trefhorst in Schothorst stond na sluiting in 2013 leeg, tot het tijdelijk verhuurd werd aan zorggroep ’s Heeren Loo, voor mensen met een verstandelijke beperking. Binnenkort gaat het pand tegen de vlakte: in het najaar van 2021 begint de bouw van nieuwe woningen.

Volgens vertegenwoordigers van onder andere kerken, buurtbudget Schothorst, woon-zorgcentrum de Koperhorst en burennetwerk Schothorst, missen buurtbewoners het wijkcentrum een paar jaar na sluiting nog steeds. “Het centrum diende als vangnet voor een grote groep minder ‘zelfredzame buurt/wijkbewoners”, schrijven de vertegenwoordigers in 2016 aan het dan nieuw opgerichte Indebuurt033. Ze noemen zo’n 500 vaste bezoekers, “5% van de ‘onderkant’ van de wijk”.

Bijna alle groepen die voor een laag tarief of gratis in wijkcentra zaten die zouden sluiten, verhuisden naar andere plekken in de buurt: een kerk, een verzorgingstehuis, moskee of sportkantine. ‘Slechts een paar groepen besloten te stoppen, de rest vond allemaal elders onderdak’, zegt Ad de Graaf. Hij was vanuit SWA verantwoordelijk was voor het verplaatsen van alle bestaande clubs en activiteiten. Het verplaatsen van activiteiten lukte dus, zag hij. In ieder geval op de korte termijn – hij heeft niet na een paar jaar nog gekeken hoe het de clubs verging.

‘Ik denk dat de pijn geleden werd waar mensen ongeorganiseerd bijeen kwamen’, zegt De Graaf. ‘Mensen die niet bij de naaiclub zaten, maar binnenkwamen voor een praatje. Die mensen zijn niet te herhuisvesten. Het is niet in geld uit te drukken, maar zulk sociaal verband is van belang. Veel mensen hebben het níet nodig, maar er zijn absoluut mensen die het wel nodig hebben. Daar zit de meeste pijn.’

Alfred Coenen zag iets soortgelijks. Na de sluiting van de Trefhorst waar hij beheerder was, vond hij een baan bij GGZ Kwintes in voormalig wijkcentrum de Driehoek. ‘Het mooie van een buurthuis is dat een pand is ingericht op mensen ontvangen, samen dingen doen. Als een commerciële club het overneemt, mis je een deel. Dan komen mensen alleen voor naaiclubje of biljart, maar ontmoeten nieuwe mensen elkaar niet.’

3. Door de buurt
En de ‘kracht van bewoners’ die de gemeente wilde aanboren, de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid: hoe staat het daarmee? In het jaarverslag van 2012 schrijft de gemeente trots dat het hele proces van de ‘knip’ tussen de stenen en de activiteiten zonder veel problemen verlopen is. Het Klokhuis, dat als eerste overgenomen werd, is een “prachtig voorbeeld” van een geslaagde maatschappelijke overname.

“Bewoners hebben het met een beetje hulp van de gemeente voor elkaar gekregen het wijkcentrum open te houden.”

Op vijf plekken in Amersfoort zijn bewoners met voldoende kennis, tijd en slagkracht om een plan op te stellen voor een maatschappelijke overname. Als de gemeente de plannen goedkeurt, mogen ze de wijkcentra overnemen. Ze worden een opstartsubsidie beloofd en kunnen tijdens het traject advies vragen aan een expertteam.

Verenigingen die door de overname opeens (meer) huur moeten betalen, krijgen drie jaar een vergoeding die langzaam afgebouwd wordt. Na drie jaar, zo is de gedachte, moeten ze zelf in staat zijn om de huur voor de zaaltjes in de wijkcentra te betalen. En er komt een “makelpunt”, dat toekomstige groepen op zoek naar een plek moet koppelen aan beschikbare locaties – het punt is inmiddels ter ziele.

Tien jaar na de ‘knip’ tussen stenen en activiteiten hebben twee van de door buurtbewoners overgenomen wijkcentra voldoende financiële slagkracht, blijkt uit een evaluatie die onderzoeksbureau Inicio begin maart 2021 presenteerde aan de gemeenteraad. ‘Wij hebben geluk’, zegt Angeliek Noortman, oud-voorzitter van dorpshuis de Neng in Hoogland en CDA-raadslid. ‘De bibliotheek betaalt vaste huur, we verhuren opslagruimte en stichting Welzin huurt onze kelder. Het zijn vaste bedragen die binnenkomen, dat maakt het makkelijker om de boel open te houden.’

Ook de Nieuwe Sleutel in het Soesterkwartier heeft sinds de doorstart in 2018 twee grote huurders die ervoor zorgen dat de tent open kan blijven. De grootste huurder, Future of Fame, beheert de sleutel van het wijkcentrum. De keuze voor vaste huurders betekende wel dat een kleine groep dansers een nieuwe locatie moest zoeken. ‘Dat is altijd een lastige keuze als één groep al lange tijd huurt’, zegt penningmeester Rik van der Ploeg. ‘Maar het voortbestaan van het buurthuis was doorslaggevend. De grote huurders maken het mogelijk dat het buurthuis nu elke dag open kan zijn.’

4. Gevecht om de centen
Ans Mers, als enige van de vijf oorspronkelijke initiatiefnemers tot voor kort betrokken bij het Klokhuis in Randenbroek-Schuilenburg, moet lachen hoe de overname in het eerdergenoemde jaarverslag van de gemeente is terechtgekomen. Een succesverhaal vindt ze de overname niet. ‘Het is een constant gevecht waar de centen vandaan komen.’ Als ze opnieuw kon kiezen, had ze het wijkcentrum niet overgenomen. ‘Niet omdat ik niet van het werk hou, maar het is vechten tegen de bierkaai.’

Het oude pand kan geen vaste huurders huisvesten en moet het voornamelijk hebben van incidentele verhuur. Commerciële feesten mogen er, net als in de andere wijkcentra, niet gehouden worden. Dat zou valse concurrentie zijn, aangezien de centra inmiddels ondersteuning vanuit de gemeente krijgen. ‘We kunnen geen commerciële prijzen vragen, maar moeten wel aan de verplichtingen voldoen. Dat is geen verdienmodel.’ Inmiddels heeft het Klokhuis uitstel van huur aangevraagd, Mers is wegens ziekte niet meer bij het wijkcentrum betrokken.

Ook ’t Middelpunt heeft financiële tekorten. Het wijkcentrum werd in 2013 overgenomen door de Stichting Alevitisch Cultureel Centrum, het dagelijks beheer wordt gedaan door vrijwilligers van de stichting en het wijkbewonersteam Zielhorst. ‘De Alevitische vereniging huurde het gebouw al en wilde graag een eigen huis hebben’, zegt Fethi Killi, destijds betrokken bij de overname en voormalig PvdA-raadslid.

Als enige groep zijn zij eigenaar van het pand, in plaats van de gemeente. Met de gemeenteraad kwamen ze een huur-koopcontract overeen: in acht jaar tijd zou de koopprijs van 400.000 euro afbetaald worden. De einddatum van het contract, dat eind dit jaar afbetaald zou zijn, is inmiddels uitgesteld tot 2028. ‘De bedragen waren niet haalbaar’, zegt Margriet Guiver. Ze is voorzitter van het wijkbewonersteam Zielhorst en vrijwilligerscoördinator bij ’t Middelpunt. ‘De inkomsten lopen wel, maar het houdt gewoon niet over.’

Het vijfde wijkcentrum dat buurtbewoners wilden bewaren voor de buurt, de Groene Stee in Liendert, is nooit daadwerkelijk overgenomen. Vanaf 2012 zijn bewoners bezig geweest om een centrale plek voor de buurt te behouden, maar in 2019 klapten de gesprekken tussen de gemeente en Stichting beheer de Groene Stee. ‘Het pand is overeind gebleven, en dat is het dan’, laat Margreet van Hensbergen weten. De gemeente is nog altijd eigenaar van het pand, en neemt ook het dagelijks beheer op zich.

5. Op omvallen
Toen SWA het beheer van de buurthuizen nog op zich nam, subsidieerde de gemeente de huur van de panden. ‘Daar wilde de gemeente vanaf’, zegt voormalig directeur Gert van Dijk. ‘Ze wilden de panden afstoten om van de huur af te komen. Wat je nu ziet, is dat dat voor een deel teruggedraaid is.’

In 2017 werd duidelijk dat de wijkcentra het, zonder steun van de gemeente, niet zouden redden. De vergoeding aan verenigingen was beëindigd en kosten voor aankomend groot onderhoud stapelden zich op.

Zo stond in het Soesterkwartier de Nieuwe Sleutel op omvallen. Het eerdere bestuur, dat sinds 2013 het wijkcentrum open probeerde te houden, wilde na vier jaar de stekker eruit trekken, schreef het AD destijds. Het wijkcentrum had geldtekorten, het bestuur liep leeg en kon de huur aan de gemeente niet langer betalen.

Het college vond het belangrijk dat alle vijf de wijkcentra zouden blijven bestaan. Besloten wordt dat de maatschappelijk overgenomen wijkcentra twee jaar financieel ondersteund worden: ze krijgen ieder 70.000 euro per jaar om de exploitatie rond te krijgen.

Na die twee jaar wordt de subsidie geëvalueerd, zodat de gemeenteraad kan beslissen wat met de wijkcentra moet gebeuren. In 2019 gaat de evaluatie niet door omdat de ‘benodigde capaciteit niet beschikbaar is’. Uiteindelijk wordt de evaluatie pas in maart 2021 aan de gemeenteraad gepresenteerd. Ook de beslissing wat met de buurthuizen moet gebeuren, wordt vooruitgeschoven.

In totaal wordt gedurende vier jaar 375.100 euro per jaar uitgetrokken om de vijf buurthuizen te ondersteunen. Ook krijgt Indebuurt033 53.600 euro per jaar om de opleidingen van vrijwilligers te betalen.

6. Geld naar stenen
‘De constructie is nu zo dat je subsidie ontvangt en dat voor het grootste gedeelte weer terugbetaalt in de vorm van huur’, zegt Rik van der Ploeg, penningmeester van de Nieuwe Sleutel. ‘Dat functioneert zolang de gemeente genoeg geld geeft voor de huur, maar je kunt er niet mee verzelfstandigen, wat het doel van de subsidie was. Nu is de subsidie nodig voor een deel van de exploitatie.’

Ook de Groene Stee in Liendert, waar de overname mislukte, ontvangt subsidie om de deuren open te kunnen houden. Geld dat gaat naar beheer, activiteiten en huur.

De wijkcentra betalen de huur niet direct aan de gemeente, daar zit een partij tussen: SRO. SRO, een zelfstandig gemeentelijk bedrijf, is verantwoordelijk voor het beheer van gemeentelijk vastgoed. SRO betaalt huur aan de gemeente, en de wijkcentra betalen op hun beurt huur en onderhoudskosten aan SRO. De kosten variëren tussen de 5.000 (het Klokhuis) en 13.000 euro (de Neng) per maand.

‘De gemeente wilde geen stenen subsidiëren maar activiteiten, en bewoners moesten meer zeggenschap krijgen,’ zegt Margriet Guiver van ’t Middelpunt. ‘We zien nu dat inderdaad veel subsidies door bewoners aangevraagd worden, maar het grootste deel van de subsidie gaat alsnog naar de huur. Feitelijk dus alsnog naar de stenen.’

Ook geld dat voor activiteiten aangevraagd wordt, gaat indirect naar de stenen, zegt Guiver. Bijvoorbeeld bij een activiteit als Kitchen Delicious, waarbij mensen tegen kostprijs in het wijkcentrum kunnen eten. ‘Als ik de afschrijving en de huur van de keuken in de maaltijd moet verrekenen, moeten we restaurantprijzen vragen. Dus gaat de subsidie daarheen: naar de huur van de keuken.’

‘Als het gaat om huur en exploitatielasten, dokt de gemeente nog steeds voor de kosten voor de huur van de gebouwen’, zegt voormalig GroenLinks raadslid Dick van de Velde. ‘Wat is er uiteindelijk bezuinigd? Ik denk dat dat heel minimaal is.’

7. Vrijwilligers
Het enige waar daadwerkelijk op bezuinigd lijkt, is de menskracht voor het beheer. In plaats van beheerders die, via SWA, door de gemeente betaald werden, wordt al dat werk nu door vrijwilligers gedaan.

In een hecht “dorp” als Hoogland zijn vrijwilligers makkelijk te vinden, maar dat ligt anders in wijken als Randenbroek-Schuilenburg en Zielhorst. ‘Mensen zijn ouder, ze haken af’, ziet Margriet Guiver van het wijkbewonersteam in Zielhorst. ‘Zeker nu met corona. Ik ben gelukkig met pensioen, maar op een gegeven moment ben ik ook weg.’ Er staan permanent vacatures open voor vrijwilligers.

Vrijwillig of niet, de wijkcentra moeten wel aan verplichtingen voldoen: BHV, een diploma sociale hygiëne voor de mensen in de keuken of achter de bar staan. ‘We zijn alle dagen open en er moet altijd iemand aanwezig zijn met SVH’, zegt Ans Mers. ‘Dat betekent dat we achttien mensen met diploma nodig hebben. En dan moet je je rooster ook nog rondkrijgen.’ Zodra een vrijwilliger een betaalde baan krijgt, moet een nieuwe vrijwilliger opgeleid worden.

‘Het is een kwetsbare vorm van maatschappelijk vastgoed exploiteren als je dat puur op vrijwillige basis doet’, zegt Ad de Graaf, die vanuit SWA het sluiten van de wijkcentra overzag. ‘Je hebt maatschappelijk vastgoed omdat het een functie heeft in de stad. Vrijwilligers zijn kwetsbaar: ze hebben een andere binding dan een betaalde medewerker. Als een betaalde medewerker weg gaat, vind je een nieuwe. Maar een nieuwe vrijwilliger heb je niet zomaar.’

Het vergt hoe dan ook een enorme inspanning om de wijkcentra draaiend te houden, zeggen alle initiatiefnemers. Zestig, zeventig uur in de week werken is geen uitzondering. ‘De eerste paar voorzitters van de Alevitische stichting hebben zich verschrikkelijk overwerkt’, zag Margriet Guiver, vrijwilligerscoördinator van ’t Middelpunt. ‘Zij hadden vaak een baan ernaast en waren volledig op. Ze hebben zich rotgewerkt, maar zagen er weinig van terug.’

‘De verwachting destijds was: vrijwilligers kunnen de buurthuizen overnemen, misschien op basis van een vrijwilligersvergoeding’, zegt Kennedy. ‘Ik denk bij mezelf: de gemeente heeft bijzonder commerciële huurtarieven in rekening gebracht. Dus ja, hoe kun je dat verwachten? Alle barrières waar bewoners tegenaan zouden lopen om activiteiten over te mógen nemen, daar is onvoldoende over nagedacht.’

8. Nieuwe spelers, oude plekken
Dan zijn er nog de wijkcentra waarbij een overname door de buurt in eerste instantie mislukte. Voormalig buurthuis de Boerderij in Nieuwland stond na sluiting vijf jaar te koop. Het lukte bewonersclubs niet om het wijkcentrum zelfstandig over te nemen en de boerderij bleef leeg. Toch wordt het sinds kort weer door de buurt gebruikt.

‘In 2018 werd ik benaderd door Stichting Samen Maken We Nieuwland’, zegt sociaal ondernemer Marc van Leent van Bijzondere Plekken. Ze bedachten een plan om het pand met privaat geld te kopen, maar toch deels voor de buurt te gebruiken.

Bijzondere Plekken kocht het pand van de gemeente en een paar maanden later opende Wijkboerderij Nieuwland de deuren, met een mix van vaste huurders en ruimte voor bewonersactiviteiten. Het is een combinatie die de gemeente moeilijk lijkt te vinden, zegt Van Leent: ‘Het lijkt snel: iets is publiek óf privaat, totaal gesubsidieerd óf helemaal aan de markt overgelaten. Terwijl dit er tussenin zit.’

Ook het Leusderkwartier heeft er een tussenvariant bij gekregen: ook in het pand van voormalig wijkcentrum De Driehoek zijn buurtbewoners na vier jaar weer welkom. Na sluiting werd het pand verhuurd aan GGZ-instelling Kwintes. ‘Bezoekers hebben aan Kwintes gevraagd of er weer een huis voor de buurt kon komen’, legt coördinator Annabel van het wijkhuis uit. Dat lukte: in 2017 stelde de zorginstelling een groot deel van het verbouwde pand open voor buurtbewoners.

Vrijwilligers organiseren activiteiten en nemen de coördinatie op zich, Kwintes betaalt huur voor het hele pand aan SRO. ‘Het is ontzettend fijn dat we hier terechtkunnen’, zegt Annabel, ‘maar we zijn natuurlijk afhankelijk van Kwintes die voor ons de huur betaalt. Aan de andere kant ziet de gemeente ons niet als wijkcentrum, omdat Kwintes hoofdhuurder is. We konden daardoor niet meedoen aan de subsidieregeling.’ Het wijkhuis had de afgelopen twee jaar een exploitatietekort van 80.000 euro.

9. Tien jaar na de knip
Tien jaar na de ‘knip’ lijkt Amersfoort van alle markten thuis als het gaat om manieren waarop wijkcentra te organiseren zijn. Twee die, in samenwerking met bewonersclubs, gekocht zijn of nog afbetaald worden; waarvan de één door de gemeente gesubsidieerd wordt (’t Middelpunt), en de ander (Wijkboerderij Nieuwland) niet. Twee die verdwenen zijn (de Trefhorst, de Drietand).

Vier die meteen na de knip overgenomen zijn door buurtbewoners en die geld van de gemeente nodig hebben om de huur van hun ‘stenen’ aan de gemeente te kunnen betalen (het Klokhuis, de Neng, ’t Middelpunt, de Nieuwe Sleutel). Eén wijkcentrum dat overgenomen is door een GGZ-instelling, gedeeltelijk door de buurt gebruikt wordt, geen subsidie krijgt maar de afgelopen twee jaar wel een exploitatietekort had van 80.000 per jaar (de Driehoek). En één dat nog volledig door de gemeente betaald en beheerd wordt (de Groene Stee).

‘Ik weet op dit moment niet of je dezelfde prestaties kunt verlangen van elk overgenomen buurthuis’, zegt Simone Kennedy. ‘In hoeverre zijn de buurthuizen met elkaar vergelijkbaar? Kun je die plekken nog gebruiken als gemeentelijke inlooppunten, of hebben ze te veel een eigen identiteit gekregen om ze goed in te zetten voor vergelijkbare activiteiten? Daar heb ik te weinig zicht op.’

Ook is er een keur aan nieuwe plekken bijgekomen, die elk op een andere manier ruimte biedt aan de buurt. Zoals de Witte Vlinder in Kruiskamp, projecthuis Madiba, ‘huiskamer van de samenleving’ in Liendert of Bij Bosshardt van het Leger des Heils, dat een huiskamer voor de buurt wil zijn. Zijn zij vergelijkbaar met de overgenomen wijkcentra?

‘Geen geld naar stenen’: die befaamde leus is tien jaar na dato niet uitgekomen. Geld gaat naar activiteiten, maar óók naar de stenen waar die activiteiten in plaatsvinden. Het grote verschil met voor de ‘knip’ is dat de betaalde beheerders van SWA zijn wegbezuinigd. In plaats daarvan nemen vrijwilligers alle taken op zich.

‘Het enige wat ten goede is veranderd met de huidige subsidieregeling is dat bewoners meer zeggenschap hebben’, zegt Margriet Guiver van ‘t Middelpunt. ‘We kunnen als bewoners adviseren: hier zijn we het wel mee eens en daarmee niet. Het is goed dat de keuze over buurtactiviteiten niet meer alleen bij ambtenaren ligt, maar dat er draagvlak gezocht wordt.’

method

Nienke Zoetbrood is freelance journalist.

(make yourself known using your full name)

comments

Steun de Stadsbron!

U steunt ons met een gift via IDeal al met een bedrag vanaf 2 euro per artikel.

Draag bij!